Lezend Begrijpen

By 14 september 2019Blog

Volgens het onderzoek van PIRLS nam Nederland op het gebied van begrijpend lezen in 2001 een mooie tweede plek in. In 2016 stonden we echter plotseling op de veertiende plek. We zijn in de tussentijd ingehaald door onder andere Ierland, Polen, Noorwegen, Engeland en Hongarije. Gelukkig voldeden vrijwel al onze leerlingen aan het laagste niveau dat binnen PIRLS onderscheiden werd: het opzoeken van expliciet benoemde informatie uit een tekst en het trekken van conclusies. Helaas voldeed slechts 8% aan het hoogste niveau: het integreren van nieuwe kennis in bestaande kennis en het evalueren van het gelezene. Verder viel tijdens het onderzoek op dat Nederlandse leerlingen relatief weinig betrokkenheid toonden tijdens de begrijpend leesles en er weinig plezier aan beleefden (1). Onderwijskundigen zijn daarom al een tijd lang druk bezig met het de vraag hoe de lessen verbeterd kunnen worden. Dit is nog steeds in volle gang, maar hier lees je alvast wat jij kan betekenen voor je kind.

Wat is begrijpend lezen precies?

Begrijpend lezen is gedefinieerd als “het proces van tegelijkertijd extraheren en construeren van betekenis door interactie met en betrokkenheid bij geschreven taal” (2). Met andere woorden: tegelijkertijd de geschreven tekst in je opnemen en de tekst een betekenis geven door het te koppelen aan oude kennis. Met nog andere woorden: tegelijkertijd lezen en begrijpen. Oftewel: lezend begrijpen.
Het feit dat het toch “begrijpend lezen” wordt genoemd, is misschien wel precies wat er niet goed gaat: de nadruk ligt nu op het lezen (dat toevallig begrijpend wordt gedaan), terwijl het begrijpen natuurlijk het belangrijkst is!

Wanneer is begrijpend lezen moeilijk?

Er zijn verschillende factoren die eraan bij kunnen dragen dat een kind een achterstand oploopt bij het begrijpend lezen. Hier staan er een paar op een rijtje.

  1. Als een kind niet snel genoeg kan lezen, komt hij/zij niet toe aan het begrijpend verwerken van de tekst.
  2. Als de woordenschat van een kind niet groot genoeg is, begrijpt hij/zij te weinig van de tekst om er een samenhangend geheel van te maken.
  3. Als een kind niet voldoende algemene kennis heeft, kan hij/zij de tekst geen betekenis geven door het te koppelen aan eerder opgedane kennis.
  4. Als een kind het vermogen om verbanden te leggen nog onvoldoende heeft ontwikkeld, is hij/zij niet in staat om de structuur van de tekst te doorgronden.
  5. Als een kind het vermogen om elementen op waarde te schatten nog niet voldoende heeft ontwikkeld (met andere woorden: als een leerling nog niet goed kan beoordelen of een stukje informatie relevant is of niet), kan hij/zij details, die toch relevant blijken te zijn, over het hoofd zien (3).

Hoe wordt het makkelijker?

Het Kenniscentrum heeft op grond van onderzoek vijf belangrijke strategieën samengesteld, om het begrijpend lezen te bevorderen.

  1. Voorspellen. Voordat een leerling een tekst leest, maakt hij/zij al bepaalde voorspellingen over het onderwerp of het doel van de tekst. Ook tijdens het lezen worden er voorspellingen gemaakt, bijvoorbeeld voor de volgende alinea, na het lezen van het tussenkopje. Deze voorspellingen worden dan ook direct gecontroleerd door het betreffende stuk tekst te lezen.
  2. Ophelderen van onduidelijkheden. Een leerling vraagt naar opheldering over elk woord dat hij/zij niet kent en elke zin die hij/zij niet begrijpt. Alleen dan kan de leerling uiteindelijk de tekst begrijpen.
  3. Samenvatten. Een leerling oefent bij elke alinea en elke tekst met het maken van een korte samenvatting. Dit laat zien dat de leerling de tekst heeft begrepen en de meest relevante informatie eruit kan halen.
  4. Vragen stellen. Het is waardevol voor een leerling om tijdens het lezen vragen te formuleren die hij/zij heeft over de inhoud. Wellicht worden die vragen beantwoord bij het verder lezen van de tekst. Zo is de leerling zich bewust van wat hij/zij wel en niet begrijpt, en of dit relevante informatie is.
  5. Relaties en verwijswoorden. Een leerling doorgrondt de structuur van een tekst door te kijken naar verwijswoorden (hij, het, deze, dat, wat, er, etc.). Zo worden de relaties tussen woorden, zinnen en alinea’s duidelijk.

Deze vijf strategieën kunnen worden aangeleerd doordat de leraar telkens focust op één van deze strategieën, en deze voordoet door hardop te denken. Zo gaan leerlingen de gedachtegang langzaam begrijpen en overnemen (3).

Waar moet je op letten?

Voor een leerkracht is het heel belangrijk om te differentiëren binnen de klas, omdat een kind natuurlijk niet veel kan met een tekst op een te hoog niveau. Ook is het van belang dat de tekst niet te makkelijk is voor een kind, want dan zal hij/zij er weinig van leren. Het kind hoeft dan geen strategieën toe te passen om de tekst te begrijpen, en zal dus niet vaardiger worden in het begrijpend lezen dan hij/zij al was.
Er is qua niveau dus maar een kleine marge waarbinnen een tekst leerzaam is voor een kind. Dit betekent dat het heel belangrijk is om een goed beeld te hebben van het niveau van elk kind, en de lesstof daar op aan te sluiten (3).

Dit is voor een leerkracht natuurlijk erg moeilijk, in een klas van 25 kinderen. Om deze reden kan individuele bijles erg waardevol zijn. Je kunt dit regelen via de pagina ‘Begrijpend lezen’ van De Bijlesmeester.

Waarom is begrijpend lezen eigenlijk zo belangrijk?

Om te beginnen draagt begrijpend lezen bij aan het vergroten van je woordenschat en je algemene kennis. Dit zijn twee elementen die altijd van pas kunnen komen. Daarnaast leer je om verbanden te leggen, wat niet alleen invloed heeft op je tekstbegrip, maar op je algehele begrip. Met andere woorden: het leggen van verbanden is een hele waardevolle factor voor iemands intelligentie.
Maar het meest concrete belang van begrijpend lezen is natuurlijk dat het kind beter leert lezen. Tijdens de lessen leert een kind de basisvaardigheden voor zijn/haar tekstbegrip. Dit heeft dus invloed op elk stuk tekst wat het kind ooit tegen gaat komen. Elk krantenartikel, elke roman, elke blog en elke paragraaf uit een schoolboek wordt door het kind verwerkt met zijn/haar tekstbegrip. Hoe beter deze ontwikkeld is, hoe makkelijker dit zal zijn voor het kind. Op de middelbare school zal dit vooral zijn vruchten gaan afwerpen. Hier moet een leerling voor vakken als geschiedenis, aardrijkskunde en maatschappijleer veel gaan lezen. Als de leerling dan ook nog gaat studeren, zal hij/zij wellicht ook nog in aanraking komen met wetenschappelijke artikelen. Kortom: bij vrijwel alles wat je kind leert in het onderwijs, is tekstbegrip van cruciaal belang.

Waar ligt de valkuil?

Helaas wordt het kind op de middelbare school bij vakken als aardrijkskunde niet begeleid met strategieën voor het tekstbegrip; hij/zij moet het helemaal zelf doen. Voor veel leerlingen is dit een valkuil, omdat opgedane kennis en geleerde vaardigheden vaak niet automatisch worden toegepast in een ander vakgebied. De leerling ziet het verband tussen begrijpend lezen en aardrijkskunde niet, en zal niet uit zichzelf teruggrijpen op de strategieën. Ook hier heeft de leerling dan begeleiding bij nodig. Het is heel waardevol als een leerkracht met de leerling kan gaan zitten om samen de tekst door te nemen en de strategieën hardop uit te voeren. Dit is natuurlijk niet altijd haalbaar voor een vakleerkracht. Als je kind bijles krijgt in begrijpend lezen, is het dus zeker een aanrader om, naast het oefenen met werkbladen van een Begrijpend Lezen methode, de opgedane kennis meteen toe te passen bij andere vakken. Zo maakt hij/zij huiswerk voor twee vakken tegelijk!

Neem een kijkje op De Bijlesmeester website, of maak gelijk kennis via het kennismakingsformulier!

Bronnen

1https://www.onderzoek.hu.nl/Projecten/Verbeteren-van-het-onderwijs-in-begrijpend-lezen-DENK
2https://www.rand.org/content/dam/rand/pubs/monograph_reports/2005/MR1465.pdf
3http://www.kenniscentrumbegrijpendlezen.nl/primair-onderwijs/begrijpend-lezen-in-andere-vakken.aspx